|
De verende toetsen in dit aftastsysteem kunnen
oneffenheden in het karton gemakkelijk opvangen door zonder dat ze
daarbij een klepje bedienen, wat het systeem redelijk betrouwbaar maakt.
Een gebruikelijke snelheid voor het
vouwkarton bij een boekorgel is 6 cm per sec. Het kleinste, bruikbare
gat bij een boekorgel is ongeveer 4 mm, maar dat wordt als het aan de
beurt is ook gevuld met de toets-tand. Een toets-tand heeft een dikte
van ongeveer 2 mm. Trekken we deze dikte af van het kleinste gat dan
horen we nog gedurende 2 mm een toon. Bij de gegeven kartonsnelheid van
60 mm per seconde klinkt de toon dan ongeveer 0,03 seconde, dat 1/64
noot is bij een metronoom stand van 120. Voor repeterende noten moet
tussen de gaten voldoende karton blijven staan om genoeg stevigheid te
geven om de toets-tand weer naar beneden te duwen. In de praktijk laten
we daarom tussen de gaten ruim 1 mm karton staan. Tellen we daarbij de
dikte van de toets-tand op, dan kan dezelfde noot na ongeveer 3 mm weer
klinken. Dat is korter dan een rust van 1/32 tel. Daarmee is het
boeksysteem het snelst van de besproken mechanieken.
Met de besproken mechanieken is zowel
een cilinderorgel als een draaiorgel in staat om haar muziek te larderen
met ‘watervalletjes’ (glissando’s), verschillende tonen vlak na elkaar.
Het boeksysteem, maar ook het papiersysteem, voegt daar vrolijke
trillertjes, repeterende tonen, aan toe die draaiorgelmuziek zo eigen en
fascinerend maken.
Toonomvang
De toonomvang van automatisch spelende
orgel(tje)s met een cilinder varieert buitengewoon. Van enkele pijpjes
bij een vogelorgeltje tot een heel chromatisch klavier bij de walsorgels
die in Engeland zijn ontwikkeld voor kerkelijk gebruik. Bij zulke
orgels werden eenvoudig alle toetsen van een kerkorgel door stiften op
een wals bediend. De kleinste Flötenuhren hebben maar 11 orgelpijpjes
met de tonen:
c d e f g a h c' d' e' f'.
Met deze tonen is het eigenlijk alleen
mogelijk om een muziekje te noteren dat in de toonsoort C majeur staat.
Met wat handigheid lukt het bekwame noteurs om muziek in F majeur te
noteren, maar mineur toonsoorten zijn eigenlijk niet mogelijk door het
ontbreken van halve toonafstanden.
De kleinste straatdraaiorgeltjes met
boeksysteem van Perlé –een beroemde verhuurder van draaiorgels in
Amsterdam in de vorige eeuw- hebben al een uitgebreider omvang van 22
tonen, waarbij men onderscheid aanbrengt in bas-, begeleiding- en
zangtonen:
bas: F G c d
begeleiding: g a b c' d'
e' f' f#'
zang: g' a' b' c" c#" d"
e" f" f#" g"
De pijpgroepen bas, begeleiding, zang,
hebben een verschillende klankkleur al naar hun functie. De beschikbare
tonenreeks van een draaiorgel wordt een gamma genoemd. Met het
voorbeeld gamma van Perlé is het mogelijk in enkele majeur toonsoorten
muziek te noteren, maar ook in mineur is nu mogelijk. De melodie die ‘op
zang’ genoteerd wordt, moet bij dit gamma binnen een octaaf blijven, van
g’ tot g”. Een voorbeeld van een gamma waarbij de zang meer
mogelijkheden biedt is een veel voorkomend ’36 toets’ gamma, ook weer
onderverdeelt in bas, begeleiding, zang.
bas: G A c d e f
begeleiding: g a b h c’
c#’ d’ e’ f’ f#’
zang: g’ g#’ a’ b’ h’
c" c#" d" e" f" f#" g" g#" a" b" h" c’" d’" e’"
slagwerk.
De 36ste toets in dit gamma is
gereserveerd voor slagwerk. Met het gamma kan men muzikaal aardig uit de
voeten. Het is mogelijk om in meerdere majeur en mineur toonsoorten
muziek te laten horen wat het luisteren naar het orgeltje minder saai
maakt. Het gamma komt voor bij veel kleine straatorgeltjes in Nederland
en er is al veel muziek voor genoteerd door vakman en amateur.
De gamma's voor grotere draaiorgels
omvatten naast de genoemde pijpgroepen bas, begeleiding en zang, ook
toetsen voor orgelpijpen op tegenzang, meerdere toetsen voor slagwerk en
toetsen die verschillende registers pijpen aan- en uitschakelen. Een
uitgebreid gamma kan zo'n 100 toetsen of meer omvatten.
Bronnen
Jüttemann, H., Mechanische
Musikinstrumente, Einführung in Technik und Geschichte
(Frankfurt am Main 1978)
Haspels, Dr. J.J.,
Automatic musical instruments, their mechanics and their music 1580 –
1820
(Zwolle 1987)
Waard, Mr. R. de, Het Draaiorgel
(Haarlem z.j.)
Furth, B., Het draaiorgel, kort
overzicht (Inleiding Open zolderdag 2002)
Boersma, J., Ventielen voor
draaiorgeltjes (Bouwbrief 113 2004, Bouwbrief 118 2005) |